KANTOOR
De receptioniste, exportmanager, productiemanager en boekhouders werkten op het kantoor. Hier stond ook het telex-apparaat, dat directiesecretaresse Hennie gebruikte om te communiceren met klanten in het buitenland.
De telex is een soort hele grote typemachine die een papieren lint met kleine gaatjes erin produceert, dat wel iets wegheeft van een ponskaart. Pas als Hennie haar correcties doorgevoerd had, liet ze het grote witte lint door de telex gaan en verstuurde ze haar bericht.
Met klanten die geen telex hadden, communiceerden ze per post. Vanuit sommige Afrikaanse landen duurde het wel drie tot vijf weken voordat ze antwoord kreeg. Geduld hebben hoorde er in die tijd gewoon nog bij.
In de gang die naar de kantoren toe gaat, vind je nu nog steeds een oude prikklok. Die gebruikte het personeel om werktijden en overuren te registreren.
